01
Taaltutor
Wat. Uitleg die blijft hangen.
Hoe. Met Mira in de zorg en Anneke daarbuiten, in jouw moedertaal als dat helpt.
"Mira: 'In de zorg zeg je niet ik kom, maar ik kom langs.'"
Begrijpen wat collega's bedoelen.
AANBOD
Drie pijlers, één tempo: het jouwe. Een coachteam in jouw moedertaal, een werkpaspoort als bewijs en groei met rust.
Je kijkt naar het aanbod voor voor talent.
Voor voor talent betekent dit: dezelfde negen leertracks, met accenten die passen bij wat jij nodig hebt.
CURRICULUM
01
Wat. Uitleg die blijft hangen.
Hoe. Met Mira in de zorg en Anneke daarbuiten, in jouw moedertaal als dat helpt.
"Mira: 'In de zorg zeg je niet ik kom, maar ik kom langs.'"
Begrijpen wat collega's bedoelen.
02
Wat. Rollenspel op de werkvloer.
Hoe. Tom speelt klant, collega of leidinggevende.
"Tom: 'Kun je dit voor donderdag af hebben?'"
Klaar voor het echte gesprek.
03
Wat. Shadowing met feedback per klank.
Hoe. Anneke luistert en corrigeert vriendelijk.
"Anneke: 'Probeer schip nog eens, langere s.'"
Verstaanbaar in jouw vak.
04
Wat. Heel langzaam beginnen.
Hoe. Met transcript, woordhulp en herhaling.
"Audio over een werkoverleg op 0.7x."
Volg vergaderingen zonder paniek.
05
Wat. Van bordjes naar brieven van instanties.
Hoe. Echte teksten, korte uitleg en woordhulp.
"Een brief van de gemeente over WOZ."
Geen post meer onbegrepen.
06
Wat. Slimme herhaling in context.
Hoe. Vaktaal per sector, geen losse rijtjes.
"Zorg: tilbeurt, overdracht, rapportage."
200 woorden per maand in je vak.
07
Wat. Korte uitleg, dan doen.
Hoe. Fouten zijn leermomenten, niet rode kruizen.
"Verleden tijd: ik werkte vs. ik heb gewerkt."
Schrijven zonder twijfel.
08
Wat. Echte mini-werktaken.
Hoe. Met een succescriterium dat je coach controleert.
"Schrijf een ziekmelding aan je teamleider."
Bewijs voor je werkpaspoort.
09
Wat. Wonen, geld, zorg, opvoeden, digitaal.
Hoe. Met Anneke, in je eigen tempo.
"Hoe vraag je een DigiD aan."
Thuis raken, ook buiten je werk.